Al eerder liet ik weten dat ik tijdens een weekendje weg een hele hoop asperges bij een aspergeboerderij in Brabant kocht. Een deel heb ik direct verwerkt, want voor de allereerste asperge maaltijd kies ik toch voor de traditionele manier van bereiden, namelijk met gekookte aardappeltjes, ham, een gekookt eitje en botersaus. Een deel van de asperges vroor ik geschild in om later te verwerken tot een risotto. Van de schillen trok ik een bouillon en daarmee maakte ik deze heerlijke witte aspergesoep.
Deze soep maak ik op basis van een roux. Een roux gebruik je altijd wanneer je een gebonden soep of saus wilt maken en bestaat simpelweg uit 3 componenten. Boter, bloem en bouillon (of melk). Voor een witte bechamelsaus gebruik je melk, maar voor deze soep gebruik ik natuurlijk de bouillon van de aspergeschillen. Dit zorgt ervoor dat je soep een intense asperge smaak krijgt.
Als je een roux maakt dan is het heel erg belangrijk om de bloem goed te bakken. Dat doe je niet op hoog vuur, want dan brandt het aan en dat is echt niet lekker. Dus eerst de boter smelten op laag vuur, en daarna de bloem toevoegen en deze mag je zeker wel 3 tot 5 minuten meebakken. Zorg er in ieder geval voor dat de bloem niet gaat kleuren, want dan krijg je geen witte aspergesoep. Laag vuur dus en blijven roeren. Hierna voeg je steeds een soeplepel bouillon toe. Roer ondertussen goed met een garde om te voorkomen dat je straks klontjes in je soep hebt. Als de roux eenmaal goed is opgenomen dan kun je de rest van de bouillon in 1 keer toevoegen. Breng het geheel dan langzaam aan de kook en tadaaa… Je hebt een gebonden soep!